Mijn partner heeft een inkomen. Kom ik daarom wel in aanmerking voor een Bbz uitkering?

Voor het vaststellen van een bijstandsuitkering wordt altijd gekeken wat het gezamenlijke inkomen is van partners. Wanneer je partner een eigen inkomen heeft uit loondienst en dit inkomen is hoger dan jullie bijstandsnorm, dan kom je in principe niet in aanmerking voor een Bbz uitkering.

Immers het betreft een bijstandsuitkering en het bedrijf is in dit geval niet perse nodig om te kunnen voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan.

Ik ben parttime ondernemer en heb een brief ontvangen om informatie toe te sturen. Waarom moet dat?

Als je naast je uitkering parttime mag ondernemen dan wordt jaarlijks vastgesteld hoeveel inkomsten je uit deze zelfstandige activiteit hebt ontvangen. Dit heet "definitief vaststellen" en gebeurt altijd achteraf. Voor de berekening hiervan heeft Bureau Zelfstandigen Fryslân de resultaten uit je activiteiten nodig, de aangifte inkomsten belasting en een jaaropgave van eventuele andere inkomsten van jou en je partner.

Deze informatieverstrekking is een verplichting die ontstaat wanneer je als Parttime Ondernemer (PTO) aan de slag kunt.

Je kunt op een aantal manieren je gegevens t.b.v. de definitieve vaststelling aan ons toezenden.

Per post:
Bureau Zelfstandigen Fryslân
Postbus 21000
8900 JA Leeuwarden

Digitale verzending (aanbevolen):
https://www.bureauzelfstandigenfryslan.nl/vaststelling-pto/

Betaaldata 2019 uitkeringen

PTO administratieblad 2020

Parttime ondernemerschap uitgelegd.

Wat is het doel van parttime ondernemen?

We spreken over parttime ondernemen in de bijstand als iemand met een Participatie Wet (PW) uitkering, door te ondernemen, inkomsten genereerd die worden aangevuld door een bijstandsuitkering. Iemand werkt bijvoorbeeld een paar uur per week als zzp’er of begint een bedrijf. Parttime ondernemers kiezen vaak voor activiteiten waar ze zelf iets mee hebben, zoals (eigen) kunst verkopen, yogalessen geven, kappersdiensten verlenen of honden uitlaten. Gemeenten gebruiken dit instrument bij uitkeringsgerechtigden die nog niet weten of ze door een baan of door ondernemen zelfstandig in hun bestaan willen gaan voorzien, en die zelf een idee hebben voor een eigen bedrijf.
De meeste gemeenten geven dergelijke klanten twee soorten begeleiding: ondersteuning bij het ondernemerschap én bij het zoeken van een baan. Het helpt u weer de kortste weg te vinden naar financiële zelfstandigheid.

Zelfstandig ondernemen betekent voor eigen rekening en risico zelfstandige werkzaamheden verrichten. Ondernemers zorgen dus zelf voor klanten en opdrachten, houden een deugdelijke administratie bij en dragen inkomsten- en omzetbelasting af. Dat geldt zowel voor parttime ondernemers als voor fulltime ondernemers.

Belangrijke kenmerken van zelfstandig ondernemerschap zijn:

  • Er worden goederen of diensten geleverd en daar wordt een prijs of vergoeding voor gevraagd.
  • Er is sprake van regelmatige inkomsten en (bij diensten) meer dan één opdrachtgever.

Het belangrijkste verschil tussen een parttime en fulltime ondernemer is het aantal uren dat de ondernemer aan het bedrijf besteedt. Het urencriterium van de Belastingdienst (1.225 uur per jaar) geldt daarbij als ondergrens voor fulltime ondernemen. Maar er zijn meer verschillen:

Voorwaarden gemeente

Parttime ondernemerschap Fulltime ondernemerschap
Financieringsmogelijkheden geen wettelijke financieringsmogelijkheid startkapitaal middels het Bbz
Behoud van uitkering ja; inkomsten worden maandelijks verrekend met de bijstandsuitkering eventueel een periodieke Bbz-uitkering

Voorwaarden Belastingdienst

Parttime ondernemerschap Fulltime ondernemerschap
Soorten inkomsten volgens de Belastingdienst resultaat uit overige werkzaamheden winst uit onderneming
Uren besteed aan de onderneming minder dan 1.225 uur per jaar minstens 1.225 uur per jaar
Aftrekposten van de Belastingdienst meestal geen aftrekposten mogelijk aftrekposten als:

  •  zelfstandigenaftrek
  •  startersaftrek
  •  investeringsaftrek
  •  aftrek speur- en ontwikkelingswerk
  •  meewerkaftrek
  •  MKB winstvrijstelling
  •  stakingsaftrek
Inschrijving in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel verplicht verplicht
Deugdelijke administratie bijhouden verplicht verplicht (soms geeft de kleineondernemersregeling ontheffing van administratieve verplichtingen)
Aangifte omzetbelasting (btw) verplicht verplicht (soms geeft de kleineondernemersregeling (gedeeltelijke) aftrek van btw)
Aangifte inkomstenbelasting verplicht verplicht

Parttime ondernemen levert dus minder fiscale voordelen op dan fulltime ondernemen. Daar staat tegenover dat u als deeltijdondernemer tijdelijk zeker bent van een inkomen op bijstandsniveau.

Parttime ondernemerschap biedt u kansen

Wat schiet u er mee op om als parttime ondernemer aan de slag te gaan? U gaat er meestal niet meer door verdienen. Maar het biedt u wel perspectief om uit de uitkeringsituatie te komen. En het geeft u de mogelijkheid direct aan de slag gaan met activiteiten die u leuk vinden, waar u goed in bent of waar in u in het verleden ervaring mee heeft opgedaan. Bovendien doet u ondernemersvaardigheden op.

Het voelde niet goed te leven van het geld van een ander, van de maatschappij. Als alleenstaande ouder is het lastig een baan of onderneming te combineren met de thuissituatie. Een aantal vrienden met een onderneming zeiden waarom ga je niet nieuwe klanten voor ons werven via de telefoon. En zo ben ik begonnen. Een van de ondernemers die ik belde vond ik interessant en bood een baan die te combineren was. Ik heb gesolliciteerd en ben nu niet meer in de bijstand.
Parttime onderneemster uit Leeuwarden

U kunt werken aan hun (financiële) zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Ook uw zakelijke en sociale netwerk wordt groter, waardoor u meer kansen krijgen om op termijn niet meer afhankelijk te zijn van de uitkering.

Om als parttime ondernemer aan de slag gaan zijn er een aantal uitgangspunten opgesteld waaraan u moet voldoen:

  • Parttime ondernemen verkleint de afstand tot de arbeidsmarkt. Parttime ondernemen kan daarom een onderdeel zijn van uw (re-integratie)traject.
  • Met parttime ondernemen mag het zoeken en/of vinden van arbeid in loondienst niet in het geding zijn. U moet zich houden aan de arbeidsverplichtingen van de Participatiewet (artikel 9).
  • Op uw fiscale aangifte(n) mag geen zelfstandigenaftrek voorkomen (fiscale regeling welke geldt voor een zelfstandige welke 1.225 uren of meer per jaar als zelfstandige arbeid verricht). Is dat wel het geval dan merkt u zichzelf, fiscaal gezien, zelf aan als ondernemer en heeft u daarmee geen recht op bijstand, en dus is beoordeling volgens het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz-2004) van toepassing.
  • Als uw inkomsten hoger zijn dan 50 procent van de voor u toepasselijke bijstandsnorm moet er onderzocht worden of u mogelijk in aanmerking komt voor het Bbz. Dit wordt jaarlijks met u afgestemd.
  • Het bedrijf of beroep moet volkomen rechtmatig gevestigd zijn. Dat betekent onder andere verplichte inschrijving bij Kamer van Koophandel en voldoen aan de gestelde vergunningen en opleidingseisen die voor de beroepsgroep noodzakelijk zijn.
  • De bedrijfsmatige activiteiten mogen geen valse concurrentie veroorzaken. Er dienen marktconforme prijzen gehanteerd te worden. Als de activiteiten beneden de marktprijzen liggen, werkt dat sterk concurrerend voor bedrijven in dezelfde branche die niet worden ondersteund met bijstand. BZF controleert in het jaarlijkse heronderzoek of er marktconforme prijzen gehanteerd zijn.
  • Om een juist beeld te krijgen van de inkomsten uit zelfstandige arbeid of beroep (definitieve vaststelling inkomen) moet elk jaar een deugdelijke boekhouding plus de fiscale aangiften worden overhandigd.

Maandelijkse inkomstenkortingen bestaan uit bruto bedragen (dus zonder aftrek van belasting en premieverplichtingen).

 

Bedrijfskosten worden in principe gekort op uw uitkering en kunnen dus niet in mindering worden gebracht op uw omzet. Bedrijfskosten die wel in mindering op de omzet gebracht kunnen worden zijn:

  • Inkoopwaarde van de omzet.
  • Kosten gerelateerd aan rechtmatige vestiging (bijvoorbeeld WA verzekering bedrijf, inschrijving KvK etc.).
  • Reiskosten voor bedrijf of beroep op basis van fiscale kilometer vergoeding of OV (in alle gevalle voorzien van een rittenadministratie, reden reis).
  • Reclamekosten, met een maximum 5% van de omzet (geen telefoonkosten).
  • Kantoorkosten en bedrijfskleding (Postzegels, papier, cartridges etc., voor bedrijfskleding volgen wij de fiscale regelgeving).

Voor zover van toepassing zijn alle bedragen exclusief BTW.


Kijk ook naar: BZF parttime ondernemen

Laatste wijzigingen in de Participatie Wet

Vanaf 1 januari 2015 heet de Wet werk en bijstand (WWB) de Participatiewet (PW). En niet alleen de naam verandert. Iedereen die op 31 december 2014 een uitkering ontvangt en daar in 2015 ook recht op heeft, kan met de wijzigingen te maken krijgen.
De belangrijkste wijzigingen in 2015 in relatie met het Bbz 2004
Wat verandert er:
• De uitkering voor alleenstaande ouders.
• De kostendelersnorm.
Wijziging hoogte Bbz-uitkering voor de alleenstaande ouder ingaande 1 januari 2015
Bij de hoogte van de Bbz-uitkering houden wij bij de alleenstaande ouder rekening met de zorg voor kinderen. Vanaf 1 januari 2015 verandert dit, omdat het kindgebonden budget per 1 januari 2015 extra omhoog gaat. Als u daar recht op hebt, krijgt u dus meer kindgebonden budget. Maar: er gaat meer van uw uitkering af dan dat uw kindgebonden budget omhoog gaat. U hebt dus vanaf januari 2015 recht op een lagere uitkering dan waar u nu recht op hebt.

Indien u nu aanmerking komt voor kindgebonden budget, hoeft u niets te doen. In december hoort u van de Belastingdienst/Toeslagen hoe hoog uw kindgebonden budget vanaf januari 2015 zal zijn. Als u nu geen kindgebonden budget ontvangt, kunt u zelf nagaan op www.toeslagen.nl  of u hierop recht hebt. Wanneer u recht hebt op kindgebonden budget, moet u het zelf aanvragen.

Meer informatie over de nieuwe regels voor ouders vindt u op www.rijksoverheid.nl/kindregelingen.

De kostendelersnorm
Wat is de kostendelersnorm?
Kort gezegd betekent de kostendelersnorm dat als u een woning deelt met meer volwassenen, uw bijstandsuitkering daarop wordt aangepast. Het maakt niet uit wat zij verdienen of vermogen hebben. Hoe meer personen van 21 jaar of ouder in uw woning, hoe lager uw bijstandsuitkering. De reden hiervoor is dat als er meer personen in één woning wonen, zij de woonkosten kunnen delen. Vandaar de kostendelersnorm. Voor de kostendelersnorm maakt het niet uit of u getrouwd bent en of u familie bent van elkaar, alleenstaand ouder bent of alleenstaande. Het maakt ook niet uit waarom u samen een woning deelt. De voordelen van woningdelen staan los van de redenen waarom u samenwoont.
Wie telt er niet mee voor de kostendelersnorm?
• jongeren tot 21 jaar;
• studenten die een studie volgen die recht kan geven op studiefinanciering (Wsf 2000);
• leerlingen die de beroepsbegeleidende leerweg (BBL) volgen;
• meerderjarige leerlingen die onderwijs volgen dat recht geeft op Wet tegemoetkoming onderwijskosten schoolgaande kinderen (Wtos);
• kamerhuurders en kostgangers die een normale (commerciële) prijs betalen voor de kamer en/of de kost en inwoning.
Hoe werkt de kostendelersnorm?
In onderstaande tabel ziet u de hoogte van de bijstandsuitkering in percentages per huishoudtype.

 

Huishouden Bijstandsnorm per persoon Totale bijstandsnorm als alle personen bijstand ontvangen
Eénpersoonshuishouden 70% 70%
Tweepersoonshuishouden 50% 100%
Driepersoonshuishouden 43 1/3 % 130%
Vierpersoonshuishouden 40% 160%
Vijfpersoonshuishouden 38%/p> 190%

Hierbij staat 100% voor de maximale bijstandsuitkering (gehuwdennorm). Dus bij een huishouden met vier meetellende personen krijgt elke persoon die recht heeft op een bijstandsuitkering een uitkering van maximaal 40% van de gehuwdennorm. Bovenstaande tabel stopt bij een vijfpersoonshuishouden, maar de kostendelersnorm geldt ook voor huishoudens met nog meer personen.

Hoe zit het met jongeren tot 21 jaar?
Jongeren tot 21 jaar vallen niet onder de kostendelersnorm. De uitkering van een 18-, 19- of 20-jarige wordt niet volgens de kostendelersnorm berekend. Ook niet als deze jongere bij zijn ouders inwoont. Voor hem of haar verandert er niets.
Wanneer gaat de kostendelersnorm in / overgangsrecht?
De kostendelersnorm is geregeld in de Participatiewet. Die gaat op 1 januari 2015 in. Voor mensen die (opnieuw) een bijstandsuitkering aanvragen na 1 januari 2015 zal de kostendelersnorm direct gelden. Als u op 31 december 2014 een bijstandsuitkering ontvangt en op die dag met anderen een woning deelt en de uitkering ook in 2015 ontvangt, valt u onder het overgangsrecht. U krijgt tot 1 juli 2015 een bijstandsuitkering die op de oude manier is berekend, mits er tussentijds niets verandert. Daarna geldt ook voor u de kostendelersnorm.
Download hier de informatiebrochure.